Nobelprijs
Ze gaat niet meer naar school. Ze weet het zeker. Ze haat school en elke minuut die ze er door moet brengen. Het is de hel maar dan in het erg. Ze haat de leraren. Ze haat huiswerk. Ze haat haar schriften en etui die ze vol verwachting heeft gekocht. Ze is haar dromen kwijt en het leven heeft haar een klere-streek geleverd met deze school met deze sadisten aan het bewind.
De meiden die er lopen zijn stom, het gebouw is lelijk, de jongens kinderachtig. Alles, alles is vreselijk en verschrikkelijk. En ze weet ook al niet wat ze morgen aan moet trekken. Want ja, de rest van de klas ziet er wel leuk uit. Weet de gedragscodes die gehanteerd moeten worden. Kennen hun lessen en voldoen aan verwachtingen die ze niet begrijpt. Ze heeft wel een vermoeden van de verwachtingen maar beseft op dit moment terdege dat ze anders is, maar ze begrijpt niet waarom. Ze wijt het aan alles en iedereen om haar heen.
De wereld is stom en in al die stomheid loop ik voorop als ze boos op me is. Dat mag ze. Ze is mijn Dochter. het kind dat ik gebaard heb en waar ik tot mijn laatste snik van zal houden. Waar ik alles voor zal doen om haar gelukkig te maken. En als dat niet kan dan ga ik voor het maximale geluk wat zij kan bereiken.
Ik zie haar worstelen en ik kijk wat ik kan doen. Ik verzin schema’s waar ze de pest aan heeft en maak lijstjes die ze vervloekt. Maar ze krijgt langzaam aan weer grip op de wereld. Een stomme wereld die ze vervloekt. Maar waarvan ik hoop dat ze er ooit met plezier in zal staan. Tot die tijd ben ik de stomste van alle Moeders.
Ach, het is weer wat anders dan de Nobelprijs………..
